Arnold van Egmont was van 1423 tot 1465 en van 1471 tot zijn dood in 1473 hertog van Gelre en graaf van Zutphen. Hij was de oudste zoon van Jan II, heer van Egmont en Maria van Arkel. Tot 1436 stond hij onder de voogdij van zijn vader.

Hertog Reinoud IV stierf kinderloos in 1423. Daarop kozen de Staten van Gelre de kleinzoon van diens zus, de dertienjarige Arnold van Egmont, als nieuwe hertog. Koning Sigismund beleende echter niet hem, maar Adolf van Gulik-Berg met het hertogdom. De strijd die hierop volgde staat bekend als de Tweede Gelderse Successieoorlog. Een periode van relatieve rust tussen 1441 en 1456 kon niet voorkomen dat Arnold in 1465 met de hulp van hertog Filips de Goede van Bourgondië gevangen werd genomen door zijn zoon Adolf.

De opvolger van Filips, Karel de Stoute, herstelde Arnold in zijn gezag in 1471 en Adolf werd gevangengenomen in Hesdin. Arnold verpandde vervolgens Gelre en Zutphen voor driehonderdduizend goudguldens aan Karel de Stoute, en erkende Karel tevens als erfgenaam. De Staten van Gelre erkenden echter na Arnolds dood diens zoon Adolf als erfgenaam. Karel de Stoute bezette hierop Nijmegen en Zutphen en lijfde de gebieden bij zijn rijk in.

In 1459 belegerde hij Venlo in eenuitvoerige campagne langs de Gelderse steden.