Begijnen

Begijnen waren alleenstaande vrouwen die rond het einde van de elfde, begin twaalfde eeuw in heel West-Europa opkwamen. Onder invloed van een combinatie van economische, sociale, religieuze en politieke factoren pionierden zij op twee vlakken: zij zetten een nieuwe levensstijl neer en zijn de uitvindsters van een nieuw literair genre; de volkstaal-theologie.

De vrouwen die in de begijnhoven leefden hadden bewust voor deze vorm van samenwonen gekozen, omdat zij op die manier hun persoonlijke vrijheid wensten te bewaren bij het beoefenen van hun religieuze en dagelijkse praktijken. In tegenstelling tot degenen die tot de vaak gesloten kloosterorden toetraden konden begijnen hun persoonlijke bezittingen en rechten behouden en binnen de beperkingen van de leefregel er gebruik van maken. Velen waren dan ook eigenares van hun huis en hadden ook persoonlijke bezittingen daarbuiten. Het samenlevingsverband was niet alleen losser dan in een klooster, maar ook niet onomkeerbaar in de tijd.

Dit bericht is geplaatst in Kloosterordes, Terminologie. Bookmark de permalink.