Buizenfabriek

Buizenfabriek Bron: HK Blariacum

De VBF (Verenigde Buizenfabrieken) was van 1937 tot 1990 gevestigd aan de Pepijnstraat. De ‘buuzefabriek’, zoals ze in Blerick bekend stond, werd op 2 november 1937 opgericht door J. Haffmans en W. Gusken. Ze heette toen officieel de Blericksche Buizenfabriek NV. De onderneming vestigde zich in de gebouwen van de failliet gegane Van den Berghs IJzergieterij.

Vanaf de oprichting werden allerlei soorten buizen gefabriceerd. In de oorlog kwam de fabriek in Duitse handen en moesten buizen worden gemaakt voor tenten, legerbedden en brancards. In september 1945 kon de normale produktie met 20 werknemers worden hervat. De jaren vijftig vormden een uitstekende periode voor het bedrijf. De produktie werd flink opgevoerd en de buizen uit Blerick vonden hun weg in Europa, Azië, Afrika en Amerika. Aan het eind van de jaren vijftig begon de buizenfabriek met een nieuw produkt: aluminium radiatoren voor centrale verwarming. Aanvankelijk boekte de firma ook daar succes mee. In 1966 werd in Helden zelfs een aparte radiatorenfabriek neergezet met ongeveer 100 personeelsleden. Negen jaar later ging die echter weer dicht, vooral omdat de concurrentie van de goedkoperen plaatstalen radiatoren te groot werd.

De Blericksche Buizenfabriek verloor in 1967 haar zelfstandigheid, ze ging toen deel uitmaken van het Hoogovens-concern. Samen met twee andere Hoogovens-dochters, Rijnstaal uit Arnhem en De Maas uit Maastricht, vormde de firma uit Blerick vanaf 1969 de Verenigde Buizenfabrieken. Daarna kwam het bedrijf geleidelijk aan in moeilijkheden.

De concurrentie in de bedrijfstak was groot, zo groot dat de directie al in 1977 bij het 40-jarig bestaan liet weten dat alles op alles moest worden gezet om de concurrentiestrijd niet te verliezen. Bij een grootscheepse reorganisatie van de Verenigde Buizenfabrieken, nodig om te kunnen blijven concurreren, werd de Blerickse vestiging in 1986 het slachtoffer. Dat jaar kondigde de directie aan dat de buizenfabricage van Blerick zou worden overgeplaatst naar de vestigingen in Maastricht en Arnhem, die gemoderniseerd zouden worden. De 125 Blerickse personeelsleden kregen een baan in Maastricht en Arnhem, werden ondergebracht bij andere Hoogovens-bedrijven in de regio of gingen met vervroegd pensioen. De afbouw van de Blerickse vestiging duurde echter nog tot 1990.

Hierna werd de fabriek gesloopt en verrezen er woonhuizen op de plek van de buizenfabriek.

Bron: Blerickclopedie

Dit bericht is geplaatst in Fabrieken, Gesloopt in Venlo, Pepijnstraat. Bookmark de permalink.