De Buxhof, of Boxhof, is een verdwenen boerderij in het Belfeldse Geloo.

De boerderij bestond in ieder geval al in 1463. In dat jaar wordt het goed, bestaande uit een hoeve, een woonhuis met kamp en een boomgaard, verkocht in de dingbank van Beesel aan Johan Buyck van Kessel, vermoedelijk gerelateerd aan de Heren van Kessel. In die tijd heeft het nog de naam Noetengoed aan Den Loe, maar vanaf dat moment ontleent de boerderij waarschijnlijk haar naam aan de nieuwe eigenaar. Van Buykshof wordt de naam in de loop der tijd veranderd in Buxhof.

In 1615 voert ene Bernard zum Pütz een proces tegen de magistraat van Roermond over het stapelrecht, dat hij heeft op zijn hof genaamd Borckshof te Belfeld. Schout, schepenen en raad van de stad Düren laten per oorkonde weten dat Bernhardt zum Pütz, licentiaat in de rechten en keurvorstelijk geheimraad van de aartshertog van Trier, een hof in Ghen Lohe onder Belfeldt bezit, Bückshoff genaamd. De hof wordt van tweemaal van vader op zoon overerfd, eerst van Sieger zum Pütz op zijn zoon, en later van Johan zum Pütz op Bernard. Beide voorouders van Bernard zijn voormalig burgemeester en schepen van Düren geweest. Vanaf de Buckshoff Hammer loopt dan een weg van de Maas door het dorp in Ghen Lohe, de Vihestrass genoemd, die met een aparte slagboom wordt afgesloten door de bewoners van Bockshoff. De eigenaren hebben voor het gebruik van deze hamer (hamer is een oude benaming voor slagboom) altijd 4 oude stuiver betaald aan de rentmeesterij van het Kasteel Montfort en betalen deze op dat moment nog steeds. Het verbod op overslag door de magistraat van Roermond wordt in het proces dan ook weersproken. De losplaats lag op Gelders grondgebied, niet ver van de Stiell (Steyl), die op Guliks gebied lag.

Medio 17e eeuw is de Buxhof jaarlijks op Sint-Martinusdag 7 vat haver, 2 kapoenen en 19 denier verschuldigd. Bij de boerderij hoort op dat moment 22 morgen lijfgewinsgoed en 20 morgen erftijnsgoed. In 1660 vindt er een openbare verkoop plaats, waarbij de boerderij in delen bij opbod wordt verkocht. In 1720 wordt vermeld, dat de bewoner van dat moment geld schuldig is aan de eigenaar betreffende een vierde deel van het goed, dat in 1715 is overeengekomen.

Daarna is er niets meer bekend over de boerderij. Vermoedelijk moet de boerderij dan ook in de 18e eeuw al zijn verdwenen.

Status: verdwenen

Geef een reactie