Gosewinus van Borne was een telg uit het adellijke geslacht Van Borne, dat aan het eind van de twaalfde eeuw en het begin van de dertiende eeuw grote bezittingen had in Blerick en omgeving.

Gosewinus volgde zijn vader Otto van Borne op, na diens dood in 1223. De Van Bornes hadden het recht om in Blerick belasting (tienden) te heffen. Gosewinus kreeg echter ruzie met de Abt van Averbode over deze tienden, waarvan een derde naar de abdij ging in ruil voor de vestiging van een pastoor in Blerick. Gosewinus verkocht zijn deel aan het door zijn vader gestichte klooster in Ophoven aan de Roer. Dit schoot de abt van Averbode in het verkeerde keelgat, en er moest een scheidsgerecht aan te pas komen om het geschil te beslechten. De abt verloor deze zaak, en de rechten van Gosewinus kwamen in handen van Ophoven. Later is dit blijkbaar weer rechtgetrokken, want in 1288 kregen de Witheren van Averbode wederom het recht om de pastoor te leveren voor de parochie Blerick.

Tegenwoordig herinnert in Blerick nog een straat aan de Van Bornes.

Geef een reactie