Harry Heijnen (Venlo, 17 oktober 1940) is een voormalig Nederlands voetballer. Hij kwam onder meer uit voor VVV en ADO en speelde één interland voor het Nederlands elftal. Hij stond meestal als rechtshalf of rechtsbuiten opgesteld.

Heijnen is een zoon van Sjang Heijnen, een oud-voetballer van VVV. In zijn jeugd voetbalde hij aanvankelijk voor Venlose Boys. Later kwam hij in de jeugdopleiding van VVV terecht. Op zijn zeventiende maakte hij zijn debuut in het eerste elftal. Met zijn ploeg won hij in 1959 de KNVB beker. Heijnen werd regelmatig geselecteerd voor nationale jeugdelftallen.

Toen VVV in 1962 degradeerde, ging Heijnen voor een transfersom van 80.000 gulden over naar ADO. Onder de Oostenrijkse trainer Ernst Happel ontwikkelde de Haagse ploeg zich als subtopper. In de zeven jaar dat Heijnen bij ADO speelde, eindigde de club tweemaal derde en tweemaal vierde in de Eredivisie. Vier keer werd de finale van de KNVB beker gehaald, die in seizoen 1967/68 gewonnen werd. Met Kees Aarts en Lambert Maassen vormde Heijnen de gevreesde voorhoede van ADO. Samen met Aarts werd Heijnen door bondscoach Georg Kessler in 1966 opgesteld in een oefeninterland van het Nederlands elftal tegen Oostenrijk. De wedstrijd ging met 2-1 verloren. Heijnen werd hierna nog enkele keren opgeroepen voor Oranje, maar kwam niet verder dan de reservebank.

In 1967 speelde hij met ADO in de Verenigde Staten als de San Francisco Gales In 1969 vertrok Heijnen naar MVV. Omdat hij niet kon opschieten met trainer George Knobel, verruilde hij een jaar later MVV voor zijn oude club FC VVV. In 1973 sloot hij daar zijn voetballoopbaan af.

Bron: Wikipedia

Geef een reactie