Jan van Cleef (Venlo, 6 januari 1646 – Gent, 19 december 1716 was een zeventiende-eeuws kunstschilder, die vooral in de Zuidelijke Nederlanden bekendheid verwierf. Soms wordt aan hem gerefereerd als Jean Van Cleve.

Levensloop

Zijn vader Gabriël van Cleef was als kapitein van de Spaanse troepen gestationeerd in Venlo. Nadat hij de Latijnse School had doorlopen, werd hij op vrij jonge leeftijd in Brussel leerling van de hofschilder Gaspar de Crayer, die met name bekendheid genoot door zijn werken met religieuze thema’s. Deze De Crayer verhuisde in 1664 naar Gent en Van Cleef ging met hem mee. In 1668 vestigde Van Cleef zich als zelfstandig schilder in Gent. Net als zijn leermeester schilderde hij vooral religieuze taferelen. Hij kreeg veel opdrachten van kerken en kloosters, waardoor de thema’s werden bepaald. Ook completeerde hij enkele werken van De Crayer toen deze stierf.

Aan het einde van de jaren zeventig van de 17e eeuw ontmoet hij de rijke apothekersdochter Johanna van den Driesche, met wie hij in 1681 in het huwelijk treedt. Volgens sommige bronnen kreeg het echtpaar negen kinderen; andere bronnen melden vijf kinderen. Zeker is dat slechts één dochter en één zoon de volwassen leeftijd haalde.

Werken

Het kleurgebruik van Van Cleef was zeer sober en somber, hij had een voorkeur voor rood-bruine tinten. Van Cleef wordt geacht meer dan honderd schilderijen te hebben geschilderd, zekerheid dat hij ze inderdaad heeft geschilderd bestaat er echter maar over zestig.

In de periode 1682-1690 leverde hij menig schilderij aan het stadhuis van Gent. Daarnaast kreeg hij vele opdrachten uit andere steden, waaronder zijn geboortestad Venlo. Een van zijn werken, Sint Joris en de Draak, hangt tegenwoordig in het Limburgs Museum. Doordat rond de eeuwwisseling ook de kunststroming veranderde, kreeg hij vanaf die tijd steeds minder opdrachten. De populariteit van de schilder was tanende.

Erkenning

Hoewel hij in zijn tijd geen internationale grootheid was, stond hij in Zuid-Nederland aan de top. In Gent werd de schilder na zijn dood in de Sint-Michielskerk bijgezet. In Venlo kreeg hij een medaillon in de buitenmuur van het stadhuis. Ook werd in de Venlose Rosariumbuurt een straat naar hem vernoemd: de Van Cleefstraat.

Geef een reactie