Jo Nabben (Blerick, 9 juni 1911 – aldaar, 27 april 1988) was een Nederlands schrijfster.

Al op haar vijftiende begon ze haar schrijverscarrière met het door haar geschreven meisjesboek Het einde van Lo’s bakvistijd, dat meteen werd gepubliceerd. Daarop volgden verschillende andere meisjesboeken, zoals De vijf van de Ruighehoef en Kind van de Sparrehorst.

Later schreef ze (vooral religieus geïnspireerde) romans, waaronder De mei der zigeneurs (1949), De overspelige vrouw (1951, herdrukt onder de titel Rachel), Hagar (1959) en Isabelle en de ongelovigen (1967). Ook verscheen van haar hand Mijn evangelieboekje (1955, een kerkboekje voor jonge meisjes).

Verder beschreef ze aan het begin van de jaren vijftig diverse heiligenlevens. Enkele daarvan werden in 1955 door het Geert Groote Genootschap uitgegeven. Bovendien publiceerde een Italiaans tijdschrift enkele van de verhalen in vertaling. Het leven van de heilige Gerardus van Brogne beschreef ze in Een dode die leeft (1977). Met de roman Hagar dong ze in 1960 mee naar de Mathias Kemp Prijs, de officiële literatuurprijs van de beide Limburgen. Het leverde haar een tweede plaats op.

Geef een reactie