De Prinsenhof, ook wel Hertogenhof genoemd, was in Venlo de verblijfplaats van de hertogen van Gelder en later van Aartshertog Albert van Oostenrijk en zijn vrouw hertogin Isabella.

Het oorspronkelijke gebouw werd rond 1250 gebouwd nabij de Grote Kerk ter hoogte van de huidige Loohof. Dit was een stenen huis met een mergelen fundament. Ongeveer 50 jaar later werd het gebouw uitgebreid en werden er twee torens geplaatst. Ook lag het complex tegen de vestingwerken aan, waardoor het beschouwd kan worden als onderdeel van deze vestingwerken.

Hoe de Prinsenhof verloren is geraakt is niet helemaal zeker. Wel wordt aangenomen dat het gebouw grotendeels verwoest is door een beschieting in 1511. Daarna is het niet meer helemaal opgebouwd. Volgens sommige bronnen stonden hertog Albert en hertogin Isabella in 1613 een groot deel van het terrein van de Prinsenhof af aan de Minderbroeders om er een klooster met kloostertuin te bouwen. Vooral de kloostertuin herinnert nog aan deze tijd, vooral vanwege het in 1850 gebouwde politiekantoor De Loohof. Dit gebouw is tegenwoordig in gebruik als appartementencomplex.

Het gebouw zelf deed in latere jaren dienst als woning van de militaire gouverneur van de vesting en als garnizoensziekenhuis. Na het vertrek van de huzaren werd het gebouw in 1913 gesloopt. In 1991 werden bij archeologisch onderzoek restanten van het Prinsenhof blootgelegd.

Status: verdwenen

Comments are closed, but trackbacks and pingbacks are open.